Oostburg 1966
Academie voor Beeldende Vorming, Tilburg 1988-1993
Gaandeweg zijn het land, de oogst, de nagelaten sporen van het werk op het land en de zeeweringen beeldbepalende motieven geworden. De intensiteit de Beerens in deze doeken en tekeningen legt, komt tot uitdrukking in de behandeling van het materiaal. Laag over laag geschilderd, in eitempera, zand en olieverf, vermengd met gemalen schelpen, en afwisselend transparant en dekkend bouwt Beerens schilderijen op met een doorleefde huid. De afwezigheid van de bewerker van het land wordt voelbaar in zijn lege landschappen. In zijn schilderij ‘’zeewering’’ heeft Beerens een volgende consequentie getrokken uit zijn fascinatie voor de motieven uit dagelijkse omgeving. De frontale aanblik van tientallen basaltblokken wordt in dit doek een tastbaar eerbetoon aan het gemaakte landschap. Het gevolg is dat zijn landschappen een sacrale waarde krijgen toebedeeld. (houtskool) tekeningen van een aantal balen met aardappelen of van tractorsporen in het land lijken laat –twintigste eeuwse echo’s van Vincent van Gogh. Beerens draagt geen verloren, nostalgische boodschap uit, maar legt de eeuwige waarden en vooral de sublieme kracht van het landschap en de menselijke sporen op verstilde en eigenzinnige wijze vast. Beerens gunt ons hiermee een onverwachte blik in de leegte
Tekst; Frank Hoenjet, conservator Gemeente Museum Helmond
Uit de gesprekken die ik had met Johnny Beerens komt een kunstenaar naar voren
die in al zijn integriteit zoekt naar beelden die voor hem een eeuwigheidswaarde
vertegenwoordigen. Die zoekt naar dat wat altijd blijft, dat wat tijdloos
is. Beerens is op zoek naar het oerlandschap en legt dat bloot in de cultuurlandschappen
die hem als mens van de twintigste eeuw omringen. Uit de high tech maatschappij
filtert hij beelden om hun blijvende waarde. Dat wat onveranderlijk is en
daardoor puur en zuiver, heeft zijn fascinatie. De beelden die het in zijn
visie verdienen om vereeuwigd te worden, moeten al die eigenschappen in zich
dragen. Van Beerens krijgen die beelden hun oorspronkelijke zeggingskracht
weer terug omdat hij ze onverbloemd en ontdaan van alle tijdelijke tendensen
weet neer te zetten.
Op zijn oorspronkelijke manier zoomt hij in op details van wat hij als oerlandschap
herkent; kluiten omgeploegde aarde worden spectaculair door zijn intensiteit
van kijken. Basaltblokken van een zeewering een massieve confronterende muur.
De leegte in zijn landschappen accentueert hij door de afmetingen van zijn
doeken. Het is een leegte die mij fascineert. Een leegte waarin niets afleidt
zodat ik volledig op mezelf teruggeworpen word.Zoals de oermens op zichzelf
teruggeworpen werd in zijn dagelijkse confrontatie met de wereld om hem heen…….
Tekstfragment uit catalogus 1998, Marjon Sarneel
Aanvankelijk schilderde ik relatief gladde schilderijen op doek of paneel, opgezet met zelfgemaakte eitempera en afgewerkt met olieverf. Gaandeweg ontstonden er schilderijen waarin ik met behulp van acrylverf vermengd met materialen steeds meer structuur in de verflagen aanbracht. Over deze ruwe en grove opzet schilderde ik dan vervolgens steeds meer nuances, opgebouwd in diverse lagen zelfgemaakt eitempera en olieverf. De verfhuid in mijn schilderijen is niet enkel formeel maar ook inhoudelijk een steeds grotere rol gaan spelen. Zo de boer zijn land bewerkt, hoe de wind, het water en het zand keer op keer de zeewering schuren, zo bewerk ik de verf. Laag over laag bouw ik mijn schilderijen op. Ik breng verf aan en schraap en schuur verf weg, ik meng diverse materialen zoals zand, gemalen glas, marmerslijpsel, schelpen en schelpengruis door de verf.
Sinds 2001 heb ik kans gezien om op eigen en authentieke
wijze ook in een serie grote aquarellen eenzelfde soort huid te creëren.
Voorheen dienden mijn aquarellen enkel als voorstudie voor mijn schilderijen.
Omdat aquarelverf als zodanig geen verffilm kent waarin materialen vermengd
kunnen worden bouw ik een gestructureerde huid op vanuit de drager zelf; het
aquarelpapier.
Door verschillende soorten aquarelpapier met verschillende structuren, texturen, tinten en uiteenlopende eigenschappen qua verfopname samen te voegen in één aquarel, door over en weer aquarelverf aan te brengen, weg te wassen, weg te krassen, door lagen papier in vorm te knippen en te scheuren en toe te voegen, bouw ik aquarellen op met een doorleefde huid. Dit wordt nog versterkt door het gebruik van door mijzelf geschept- en gevormd aquarelpapier waarin ik allerlei materialen verwerk zoals schelpen, schelpengruis, zand etc. Materialen die ik voorheen toevoegde aan mijn verf. Maar ook materialen zoals b.v. gekleurd nylondraad afkomstig van aangespoelde visnetten, granulaat, glaspoeder en vulkanisch zand. Ook verwerk ik afhankelijk van het beeld stukken zelfgemarmerd aquarelpapier en bladgoud in het werk.
In het werk “Buitendijkse tuin” heb ik i.p.v. met verschillende lagen aquarelpapier het beeld vanuit de ondergrond zelf opgebouwd met verschillende lagen hoogwaardig triplex, Daarover heen heb ik het beeld verder opgebouwd met dikke lagen acrylverf vermengd met schelpen, kiezels, zand, marmerslijpsel en schelpengruis. Vervolgens met vele lagen eitempera en olieverf het beeld verder uitgewerkt. Recentelijk ( in “Verdronken land VI”en “Kerend tij”) combineer ik ook verschillende materialen en technieken in een beeld. Gedeeltes in acrylverf, eitempera en olieverf op doek en/of paneel gecombineerd met delen opgebouwd met diverse lagen zelfgeschept aquarelpapier en aquarel.
In mijn werk is de manier van schilderen en de opbouw van
het beeld onlosmakelijk verbonden met mijn thematiek. Alle materialen en behandelingen,
van de ondergrond tot en met de laatste lagen verf vormen een wezenlijk onderdeel
van mijn beeldende proces. Als ik daarbij uit zou gaan van bijvoorbeeld een
bestaand standaard doek of vel papier zou ik veel mogelijkheden uitsluiten
en zouden mijn beelden minder intens zijn.
De ondergrond is daarbij een wezenlijk onderdeel van het beeld en is niet slechts
de drager van het beeld.
Johnny Beerens
Van een heel andere orde dan mijn schilderijen op doek en
toch in het verlengde daarvan zijn mijn monumentale muurschilderingen. Met
deze werken voeg ik iets toe aan het landschap waar ik juist met mijn andere
werk mijn inspiratie put uit het landschap.
In het geval van de watertoren en de graansilo heb ikzelf ook het initiatief
genomen om juist voor deze gebouwen te kiezen en specifiek voor deze gebouwen
een schetsontwerp in te zenden.Ik heb destijds gereageerd op een oproep in
de dagbladen waarin de toenmalige gemeente Oostburg kunstenaars uitnodigde
zowel een idee voor een kunstwerk alsook een voorstel voor een binnen de gemeentegrenzen
gelegen locatie voor dat kunstwerk.
Enkele jaren later stond er een soortgelijke advertentie maar dan voor een
kunstwerk en een locatie in Breskens.
Bij dergelijke grootschalige muurschilderingen hecht ik belang aan een wisselwerking
tussen het gebouw, de omgeving en de schildering.
De schildering en het gebouw zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden.
In Tilburg heb ik mij laten inspireren door de afbraakmuur
waarop ik het werk heb aangebracht.
De wereld van het graan en de visserij komen samen in de schildering op de
graansilo in Breskens.
Op de watertoren in Oostburg heb ik een lek met waterdruppels in de vorm van
een stigma geschilderd. Het wondteken is in de traditie van de schilderkunst
vele malen als detail weergegeven in de borst van Christus. Ikzelf heb het
ook gebruikt als detail bij enkele van mijn werken uit de serie anonieme vissers.Het
stigma is hier uitgewerkt tot een verzelfstandigd beeld.
In de druppels zijn reflecties te zien van de andere druppels maar ook van
de zee, daardoor wordt de voorstelling universeler. Bij wijze van signatuur
heb ik in de onderste druppels een weerspiegeling van mijzelf opgenomen.
Johnny Beerens
….Zonder de silo was dit kunstwerk niet ontstaan. Anders dan bij Beerens doeken was het gebouw er eerst. Hier heeft de schilder zich laten inspireren door de vorm van het gebouw. En door de afmetingen, de plaats van de vissershaven, de functie van de silo. Ook het damwandprofiel is medebepalend geweest voor de ontwikkeling van het ontwerp. Al deze factoren versterken elkaar en monden uit in een volmaakte symbiose tussen gebouw en kunstwerk, die zowel terug te vinden is in de vorm als in de betekenis van beide.
Wie kiest voor muurschilderingen op markante of minder markante
gebouwen, kiest voor een confrontatie met het publiek. Beerens schrikt er niet
voor terug een statement neer te zetten. Zijn kunstwerk op de Oostburgse watertoren
onderstreept dat.
Geen vrijblijvende versiering maar een indringend beeld dat blijft intrigeren
.Door de tegenstellingen tussen gebouw en beeld ontstaat een wederzijdse benadrukking
van vorm en betekenis. De bijna tere beschildering onderstreept de robuustheid
van de toren maar tegelijkertijd contrasteert de stoerheid van het gebouw met
de kwetsbaarheid van de voorstelling. Een eerste oogopslag toont een lekkende
watertoren. Vanuit een barst onder
De kraag van de toren lopen druppels naar beneden. Die barst is opzettelijk
zodanig geschilderd dat de relatie met een vleeswond evident is. Al zou ik
willen, ik kan ook hier niet om de bijbelse symboliek heen. Het beeld van de
gekruiste Christus dringt zich op. Maar als ik in de druppels die langs lopen
de reflectie van de zee ontwaar, besef ik dat ook deze schildering universeler
is dan die op het eerste gezicht lijkt. De voorstelling raakt me diep van binnen.
Elke keer als ik onderaan die toren sta voel ik me naakt. Word ik aangeraakt
door de herkenning van de universele pijn van de mensheid. Tegelijk veroorzaakt
het kunstwerk een schokkende confrontatie met mijn eigen intiemste gevoelens.
Maakt het een verbinding met mijn ziel waar diep verborgen de stigmata liggen
die een mens tijdens zijn leven oploopt. De stoere toren staat voor mij voor
de buitenkant van de mens met zijn masker voor en zijn pantser om. Beerens’ beschildering
voor de zichtbaar gemaakte kwetsbaarheid. Bewust of onbewust ervaart iedere
beschouwer dit. In dat licht is het niet verwonderlijk wanneer de druppels
met tranen verward worden.
Tekstfragment uit catalogus1998, Marjon Sarneel
Evenals de muurschilderingen zijn ook deze grote projecten
gefinancierd door opdrachtgevers.Opdrachtgevers die mij ook hier volledige
vrijheid gaven in idee en ontwerp.
Ik werd door hen uitgenodigd om voor een bepaalde muur of locatie een idee
en ontwerp aan te leveren. Nadat ik hun instemming had voor mijn voorstellen
kon ik aan het “grote”werk beginnen.
Anders dan de (ontwerpen voor) de muurschilderingen staan deze werken nog veel
meer op
zichzelf en verschillen ze enkel met mijn andere autonome werk doordat
de vorm en het formaat bepaalt werd door de plek waarvoor het werk bestemd
is.
In mijn idee en ontwerp voor deze werken laat ik de plek waar deze werken worden
geplaatst wel een rol spelen, de werken krijgen een meerwaarde op de plek waarvoor
ik ze ontworpen heb, maar tegelijkertijd hecht ik ook belang aan de autonome
waarde van deze werken.
“Veld van hoop en liefde” in de Heineken-brouwerij vormt inhoudelijk
maar ook qua vorm en kleur zowel een contrast als een aanvulling op de high
tech omgeving waarin het geplaatst is.
Techniek Veld van hoop en
liefde;
Acrylverf, zand, marmerpoeder
en olieverf op paneel.
Techniek Buitendijkse tuin;
Acrylverf, zand, schelpengruis, schelpen, grind, eitempera en olieverf op een
ondergrond opgebouwd uit verschillende lagen en in vorm gezaagde stukken hoogwaardig
multiplex.
Techniek Voetsporen
Acrylverf en zand op paneel
Techniek Drieluik Nederlands
Hervormde Kerk
Acrylverf, zand, grind, bladgoud, eitempera en olieverf op paneel
Johnny Beerens